|
|
Wel een baan, geen huis |
|
|
dinsdag 05 december 2006 |
Starters in de grote stad hebben grote moeite om geschikte woonruimte te vinden. Het grootste probleem is het gebrek aan doorstroming. ‘Ik ben een hbo’er van 28 jaar met een fulltime baan en ik woon nog thuis.’
Eindelijk afgestudeerd en een leuke baan gevonden. Nu wordt het tijd voor een eigen huis. Niet meer in de rij voor de badkamer en andermans troep opruimen in de keuken. Laat staan dat je erachter komt dat jouw pak melk weer eens is leeggedronken.
Maar – vast salaris of niet – wie in steden als Amsterdam, Utrecht of Leiden een huis zoekt, kan nog lang veroordeeld blijven tot zijn kamer, studentenhuis, illegale onderhuur of zelfs zijn ouders.
Diverse politieke jongerenorganisaties, makelaarsorganisatie NVM en recentelijk ook De Hypotheker sloegen alarm: de positie van starters op de woningmarkt is belabberd, met name in de Randstad. De huizenprijzen zijn hoog en zeker voor alleenverdieners of jongeren zonder vast contract is een appartement onbetaalbaar geworden. Wie minder dan 2500 euro bruto per maand verdient, kan nog maar in de helft van de regio’s in Nederland een appartement kopen, zo berekende de NVM. Een alleenverdiener die minder dan 2000 euro bruto verdient, kan alleen nog terecht in het uiterste noorden of zuiden van het land.
Ook op de huurmarkt is het dringen. De wachttijd in Amsterdam is zeven jaar. De prijzen op de particuliere markt zijn er hoog, binnen de ring betaal je voor een appartement al gauw 1200 euro per maand, leert een rondgang op Funda.nl. Garagebox Dat de nood hoog is, bleek onlangs uit een inventarisatie die De Hypotheker organiseerde. In twee dagen belden negenhonderd gefrustreerde starters een speciale telefoonlijn: ‘Ik krijg net voldoende hypotheek om een garagebox te kunnen kopen’, klaagde er een. Een ander: ‘ik ben een hbo’er van 28 jaar met een fulltime baan en ik woon nog thuis. Ik heb zeven jaar woonduur maar kan geen huurhuis krijgen. In mijn eentje een appartement kopen, lukt niet. De prijzen zijn te hoog en geen bank wil mij een lening verschaffen.’ Vooral in Amsterdam is de huizenmarkt oververhit. Het is ‘een compleet gekkenhuis’ zoals makelaar Marcel de Groot, van het Amsterdamse De Groot makelaars het uitdrukt. ‘Er staan nu 20 tot 30 man voor de deur bij bezichtigingen. Met name in de iets hogere prijsklasse – tussen de 3,5 en 5 ton – is het dringen.’ De gemiddelde huizenprijs in Amsterdam ligt op 240 duizend euro. In andere steden is het niet veel beter. Het afgelopen kwartaal kostte een appartement in Utrecht gemiddeld 177 duizend euro, in Leiden zelfs 191 duizend euro, zo becijferde de Nederlandse Vereniging van Makelaars (zie onderstaande grafiek). Allemaal prijzen waar een werkende, alleenstaande starter zonder rijke papa of opa niets mee kan beginnen.
 Doorstroming Het probleem ligt natuurlijk aan de aanbodzijde, zegt directeur Hans de la Porte van de Vereniging Eigen Huis. ‘Er zijn genoeg huizen te koop, kijk maar op Funda, het zijn er meer dan 100 duizend, maar er zijn veel te weinig huizen onder de twee ton.’ Dat komt omdat er te weinig doorstroming is. ‘Voor dertigers die uit hun starterswoning groeien, is de stap naar een volgend huis te groot. Ze redeneren: voor zó veel meer geld krijg ik maar zó weinig extra huis, dan blijf ik maar even zitten waar ik zit.’ Wat ook niet helpt: de onzekerheid over de toekomst van de hypotheekrenteaftrek, en de overdrachtsbelasting van 6 procent, somt De la Porte op. ‘In vergelijking met de tarieven in het buitenland is dat een forse belasting. Reken maar uit: over een huis van twee ton betaal je twaalfduizend euro aan de schatkist.’ Door het gebrek aan doorstroming stellen steeds meer mensen noodgedwongen de koop van hun eerste huis uit. De la Porte: ‘In de jaren tachtig kochten mensen hun eerste huis toen ze midden twintig waren. Nu zijn ze begin dertig, of nog ouder.’ Cijfers van het ministerie van VROM bevestigen dat beeld. Het aantal starters in de koopsector – mensen die voor het eerst een huis kopen, dit zijn niet alleen jongeren – is de laatste jaren sterk afgenomen. In 1998 kochten ruim 114 duizend mensen hun eerste huis, in 2002 waren dit er nog maar ruim 92 duizend. Ook in de nieuwbouwsector daalde het aantal starters sterk. Oorzaak is de lage woningproductie en de, mede daardoor, hoge prijzen. Antikraak Jonge werkenden zoeken naar alternatieven om toch een plekje in de stad te krijgen. Studiegenoten kopen of huren bijvoorbeeld gezamenlijk een appartement, merkt Anne-Marie Dijkhorst, recruiter van jong talent bij advocatenkantoor Loyens & Loeff. ‘Vaak gaan studenten die bijna afgestudeerd zijn, al met vrienden of huisgenoten op zoek naar een huis in Amsterdam. Zo hebben ze het al opgelost voordat ze aan de slag gaan in hun nieuwe baan. Verder geven collega’s hier op kantoor elkaar ook tips. Als iemand iets heeft gekocht, kan iemand anders doorschuiven.’ Ook antikraakwonen is populairder geworden. Geertje van de Leij, manager van het Bureau voor tijdelijke bewoning in Amsterdam merkt een duidelijke verschuiving in de groep die bij haar aanklopt. ‘In het begin waren het alleen studenten. Nu zijn het zeker voor de helft mensen met een baan.’ Ze zegt als enige antikraakbureau in Amsterdam nog mensen in te schrijven. ‘Alle andere bureaus zitten vol. Er zijn veel te weinig ruimtes.’ Maar ook al is de woningnood hoog, de stad blijft een onverminderd populaire werkplek, zeker Amsterdam. Loyens & Loeff-recruiter Dijkhorst: ‘Het is niet zo dat we kandidaten mislopen door de woningnood. Eerder andersom. Iedereen wil graag in Amsterdam werken. We moeten meer moeite doen om ook mensen voor onze andere kantoren te krijgen.’ Bron: De Volkskrant
|
|
|